Het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO) duurt zes jaar. Deze richting binnen het voortgezet onderwijs bereidt scholieren voor op een wetenschappelijke studie aan de universiteit. Dit houdt in dat theorievorming en zelfstandig werken erg belangrijk zijn binnen deze opleiding.
Het VWO kent twee varianten: gymnasium en atheneum. Een opvallend verschil tussen atheneum en het gymnasium is dat leerlingen op het gymnasium Latijn en Grieks krijgen. In de bovenbouw van het gymnasium krijgen leerlingen het vak Klassieke Culturele Vorming (KCV). Een voltooide VWO-opleiding geeft toegang tot verdere studie aan een universiteit.
Het gymnasium start in de tweede klas, met het aanbod van het vak Latijn. In klas 3 komt daar Grieks bij. Gymnasiumleerlingen hebben per week evenveel lesuren als de andere VWO-leerlingen. Dat betekent dus dat ze geacht worden voor bepaalde vakken met minder lesuren toe te kunnen. Lees meer over het gymnasium op Ubbo Emmius.
Het vakkenpakket van een VWO-leerling is gebaseerd op een profielkeuze. De eerste jaren van de middelbare schooltijd krijgen alle leerlingen dezelfde algemeen vormende vakken, daarna kiest iedere leerling een profiel dat aansluit bij zijn of haar interesses en talenten. De profielen sluiten aan op maatschappelijke sectoren, zoals economie en maatschappij of natuur en techniek. De profielen geven de mogelijkheid tot verdieping in een bepaalde richting, waardoor het voorgezet onderwijs beter aansluit op een vervolgstudie aan een universiteit of eventueel een instelling voor hoger beroepsonderwijs.
In principe geeft een VWO-diploma toegang tot alle vervolgopleidingen, uiteraard wel afgestemd op het gekozen profiel.
De profielen van VWO:
Naast de verdieping in de basisvakken is het binnen het VWO mogelijk je als leerling te verbreden. Naast het Gymnasium kent Ubbo Emmius ook het Technasium, een studierichting gericht op het ontwikkelen van competenties ten aanzien van technische vakken en bètavakken.